Communicatiekronkel 6 – Tring trinnggg collectebuzz

De telefoon gaat. ‘We hebben uw nummer uit het telefoonboek en we weten in welke straat u woont. Wij willen u vragen of u in uw straat wilt collecteren. Onderzoek wijst namelijk uit, dat collecteren door ‘bekenden’ effectiever is, dan door vreemden.’

Hmmm. Ik heb zó’n medelijden met mensen die collecteren en ik vind het nóg vervelender om midden op straat te worden aangesproken voor enquêtes. Ik heb al snel het idee dat ik jaren ergens aan vast zit en dat het mij vervolgens heel veel tijd kost om iets te annuleren. Liever stop ik snel een paar euro’s in een gleuf en hoop ik daarna nooit meer iets van deze organisatie te horen. Maar steeds vaker hoor ik: ‘Nee sorry, dat kan niet, wij mogen geen contant geld aannemen, u dient ons eenmalig te machtigen.’ En dat doe ik dus nooit meer. Na drie telefoontjes en drie e-mails om een eenmalige machtiging te annuleren ontvang ik nog steeds bedelbrieven van die organisatie. Ik-ben-er-klaar-mee.

Maar dit blijkt een vrij simpele, overzichtelijke procedure te zijn: de straat door, bij ieder huis aanbellen, een korte introductietekst en via de overkant van de straat weer terug. Het gaat om een landelijk goeddoel, dat wordt ondersteund door een plaatselijke zorginstelling en aangezien het er in de zorg zwaar aan toegaat. Ook is het meiske aan de andere kant van de telefoon uiterst vriendelijk; zij is stagiaire en mijn hart breekt bij het idee dat zij niet genoeg collectanten vindt. Voordat ik het mij realiseer, zeg ik volmondig: ‘Ja hoor prima, ik doe mee.’

Ik fiets ‘de berg op’ om in een buurthuis de collectebus op te halen. Helaas, op donderdag is er niemand aanwezig. (Dat stond duidelijk in de brief vermeld, volgende keer beter lezen.) De volgende dag revanche. Een prachtige bus met zo’n zegel en een legitimatiekaart met daarop mijn naam en adres. Ik bepaal mijn strategie en besluit om na etenstijd, zo tussen 18.30 en 20.00 uur, mijn route te doen. En het gaat verbazingwekkend goed. Na vier jaar de hond uitlaten ken ik veel mensen van zien, en zij mij. Dus dat scheelt. Hoe wonderbaarlijk: iedereen geeft. Iedereen? Nou bijna. Een buurtbewoonster begint een heuse tirade: ‘Waar zie je mij voor aan? Wat een onzin! Denk je dat ik gek ben of zo? Al dat geld verdwijnt als sneeuw voor de zon. Als het überhaupt al bij die organisatie terecht komt. En weet je wat er vervolgens gebeurt? Dan gaat de directie er mee aan de haal.’ Ik vond haar er altijd al zo creatief en eigenwijs uitzien; dat laatste klopt, maar creatief met taal is ze in ieder geval niet. Wat een teleurstelling, nu moet ik mijn beeld van haar bijstellen en daar was het mij niet om te doen. Ik wilde gewoon, lekker simpel, met zo’n collectebus mijn plicht doen. Ik heb er spijt van. Ik-ben-er-klaar-mee.

Epiloog: Tring tringgg. Ik druk op de bel en wacht. Als ze opendoet lacht ze me tegemoet, we kennen elkaar van zien, want we komen elkaar bijna dagelijks tegen en we groeten altijd. Ik doe kort mijn verhaal en ze vraagt: ‘Kun jij je identificeren?’ ‘Maar natuurlijk, kijk maar, ik heb een legitimatiekaart bij me.’ ‘Ja da’s allemaal leuk en aardig, maar hoe weet ik zeker dat jij dit bent?’ Ik zeg tegen haar dat ze niet verplicht is om iets te geven, dus dat ik het geen probleem vind om door te lopen. Ze antwoordt kordaat: ‘Dat lijkt mij een goed plan’. Nogmaals: Ik-ben-er-klaar-mee.

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: de sessie met Jeugdcultuurfonds.

Communicatiekronkel 5 – de scheidslijn

In Communicatiekronkel 1 schreef ik over de Facebook-perikelen van mijn moeder (inmiddels 75, drie jaar actief). We zijn intussen een jaar verder en ik vond dat het goed ging. Haar irritaties over deze nieuwe vorm van communicatie en wat dit met zich meebrengt, leken naar de achtergrond verdwenen te zijn.Alhoewel, ze vraagt nog wel eens aan mij of ik op mijn iPad ook zoveel recepten, ‘honderden’, uit de Allerhande heb staan. Dan antwoord ik braaf en geduldig: ‘Die staan niet op jouw iPad, maar op het internet.’ Waarop ze mij net iets te hard, smalend uitlacht: ‘Hoe kom je daar nu bij? Ik heb helemaal geen internet op mijn iPad!’. Haar profiel op Facebook noemt ze nog steeds ‘mijn website’, en dat laat ik zo. Ik kan haar geen ongelijk geven, want Facebook lijkt ook wel wat op een website. Zij realiseert zich niet dat het een sociaal netwerk is en daardoor kan ik me haar reactie ook wel voorstellen, dat zij niet wil dat al die mensen zich met haar profiel bemoeien. ‘Die mensen moeten van mijn website afblijven.’

Onlangs is ze lid geworden van een Facebookgroep waarop oude foto’s van het Zeeuws-Vlaamse stadje waarin zij woont te zien zijn. Het verheugde mij dat ze in staat was om reacties te plaatsen en dat ze hierdoor in contact kwam met oude bekenden. En toen ging het weer even mis: ‘Als ik naar Oud-Hulst ga (red. zo heet die groep) dan komt er ineens een bericht van een plaatselijk restaurant voorbij, en dat wil ik niet.’ Ik krijg vervolgens maar niet uitgelegd hoe dat werkt. Ze is en ze blijft van mening dat dat restaurant daar ‘niets te zoeken heeft’. En haar mening zet ze nog eens extra kracht bij door te stellen dat die restauranteigenaar een irritante man is, dus dat ze met hem al helemaal niets te maken wil hebben. Ook deze zomer nog zakte mijn euforie weer danig omlaag. Haar zus (mijn tante Clara, inmiddels 91, drie jaar actief) zag Facebook wederom somber in. Als dan eindelijk na lang wachten haar computer was opgestart (mijn moeder: ‘Zij doet het dus nog op een heel ouderwetse manier, want ik heb wel een tablet, en zij dus niet.’) dan constateerde ze dat haar hele ‘website’ in de war was. Maar mijn moeder wist direct waar dat aan lag: ‘Kijk, ik heb dus een tijdlijn. Volgens mij heeft tante Clara geen tijdlijn.’ Waarop ik zeg: ‘Nee nou wordt-ie fraai, iedereen met een Facebookprofiel heeft een tijdlijn en tante Clara is de enige op de wereld die er geen heeft!’. Waarop ze me wijs en vooral spottend aankijkt: ‘Ja maar ventje, ik denk dat ik wel degelijk gelijk heb hoor, want zij heeft altijd van die aparte dingen, zij is haar hele leven al eigenwijs en dat zal altijd zo blijven.’

Hugo Borst schrijft ook over zijn moeder, maar dan wekelijks, in een regionaal dagblad. Zijn moeder is dement en hij beschrijft het proces van bijna afscheid nemen en toch nog kunnen zorgen. Onlangs schreef hij vanaf zijn vakantieadres in Portugal, vanuit het huis van zijn beste vriend. Vorige week – toen ik de eerste letters van deze kronkel typte – was ik ook in Portugal. Er lag daar een Nederlandse krant op tafel en ik las de column van Hugo daar nog eens opnieuw, toen de nieuwe vriendin (71, drie jaar actief) van mijn schoonvader (89, drie jaar actief) zei: ‘Die column heeft hij hier, in dit huis geschreven.’ Ik keek verschrikt om mij heen, op zoek naar een verborgen camera. Ik dacht dat ik voor de gek werd gehouden en dat er meerderen over mijn schouder meekeken. ‘Zonder gekheid’, zei ze, ‘Hugo is hier kind aan huis, hij is de beste vriend van onze Pim.’ Daardoor werd dat huis in Portugal een soort glazen huis: diverse werelden kwamen onverwacht samen. Hoe klein is de wereld? Hoeveel handen moet je schudden om de president van Amerika te bereiken? En vooral: wat is de scheidslijn tussen publiek domein en tijdlijnen?

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: het thema van de zomercolleges van CKN.

Waarom (en hoe) communicatieprofs bloggen

Wie in de communicatie zit hoeft tegenwoordig niet te klagen over verscheidenheid in kanalen; je hebt er eerder te veel dan te weinig. Toch kan een blog iets toevoegen. Als eenpitter of klein bedrijf kun je in een blog  met concrete voorbeelden je expertise tonen. In een blog kun je nu eenmaal én veel woorden kwijt – meer dan in sociale media –  én het persoonlijke element inbrengen. Ideaal dus om je USP te laten zien. En stukken beter dan op je homepage de zoveelste te zijn die ‘maatwerk levert’. Dat zeggen ze allemaal! Gooi die algemene website er gerust uit en maak een expertblog waarop je regelmatig een kleine beetje van je expertise weggeeft en vertelt over knelpunten en successen. Hoe eerlijker en verrassender, hoe beter. Dan val je op, heb je iets te melden op sociale media en vindt jouw doelgroep je op zoekmachines.

KLM blogt
Ook voor organisaties en bedrijven geldt dat je met een persoonlijk verhaal professionaliteit en betrokkenheid kunt tonen, en dat helpt weer bij werving of binding van klanten, fans en promoters. Wat mij betreft ligt een blog voor de ‘groten’ wat minder voor de hand. Misschien komt dat omdat ik in mijn tijd als persvoorlichter bij het Wereld Natuur Fonds ooit experimenteerde met een bedrijfsblog en nu zie hoe het doel en aanpak dat ik toen voor ogen had, nu perfect via sociale media wordt ingevuld. KLM is het niet met me eens, die heeft een bedrijfsblog met 13 bloggers uit eigen gelederen: https://blog.klm.com/nl/. Zoals in alle communicatie: denk na welk doel je nastreeft en of een blog past in je communicatiemix. Voor interne communicatie bijvoorbeeld zie ik veel meerwaarde in het delen van persoonlijke verhalen van medewerkers.

Schrijvers
Voorwaarde: je hebt makers nodig die het kunnen, die er lol in hebben en bloggen als werk (mogen) zien. Basisvaardigheid in schrijven (of foto/video – als je voor die vorm kiest) is wel een noodzaak. Een verhaal moet lopen, een goede kop is belangrijk en wie trefwoorden goed gebruikt wordt beter gevonden. Voor mensen in loondienst is het belangrijk dat de communicatie-inspanning als werk wordt gezien en gewaardeerd. Bloggen is niet een-dingetje-erbij. Communicatie is serieus werk. Een optie voor bedrijven/organisaties: stel intern één gemotiveerde blogger aan die het hele proces beheerst (schrijven, plaatsen, SEO, promo via sociale media). Laat die anderen interviewen. Dat scheelt veel trainen, motiveren, etc.

Pesto en linzen
Als je het dan als communicatieprof voor elkaar hebt: je hebt een blog opgezet, je hebt makers, waar moet je dan inhoudelijk op letten? Schrijf voor je publiek. Schrijf over jezelf maar niet voor jezelf. In grote lijnen zal je lezer op zoek zijn naar informatie, inspiratie of vermaak. Kies uit die drie wat bij je past en leef je uit. Zelf zit ik met mijn blog Slow Foodies vooral in de hoek van de tips en de trucs. Verrassen werkt (pesto maken met het onkruid zevenblad), recepten werken (topper: linzen met geitenkaas) en persoonlijk werkt: de Over Slow Foodies-pagina waarin ik met video over mezelf vertel is de op één na best bekeken pagina in anderhalf jaar. De linzenschotel staat op nummer eén  – dat dan wel weer.

Noot
De CommunicatieKring Arnhem heeft een blog om vakervaringen met elkaar te delen. Wat kom jij tegen? Waar wil je over sparren? Gooi het op de blog!  Stuur je tekst naar info@communicatiekringarnhem.nl.

Groeten, Jitske Jonkman

Vijf tips voor een succesvolle blog

Als opwarmertje voor de workshop ‘zakelijk bloggen’ op dinsdag 2 juni, geeft Jitske Jonkman alvast een aantal tips & trucs.

  1. Kies een thema dat je ligt
    Zorg dat het onderwerp altijd dicht bij jezelf ligt. Je moet immers voldoende stof hebben om over te schrijven en het moet na een tijdje nog steeds leuk zijn. Zonder regelmaat en doorzettingsvermogen bouw je geen publiek op, en als je vaak over hetzelfde onderwerp schrijft kun je je als expert profileren. Wie commerciële ambities heeft krijgt vaak het advies om te schrijven over veel gezochte onderwerpen zoals ‘geld verdienen op internet’ of ‘slank in tien weken’. Maar als je niks met die onderwerpen hebt houd je het niet lang vol. Bovendien: over een populair thema als ‘geld verdienen op internet’ moet je opboksen tegen 976.000 andere webpagina’s. Schrijven over antieke hondenkarren (32.000 hits) of fruitvliegjes op Schiermonnikoog (9.800) is een beter idee.
  1. Kies een nicheslowfoodiesGREEN
    Maak je onderwerp niet te breed: met een niche kun je gericht publiek opbouwen. Je wilt toch dat jouw teksten, foto’s en video’s gelezen en bekeken worden? Met wisselende onderwerpen haken bezoekers snel af. Ik koos voor mijn blog Slow Foodies voor de niche van gezonde en verantwoorde voeding, maar kwam er al snel achter dat er heel veel subniches in zitten met een eigen publiek: chocola, foodtrucks, stadslandbouw,  superfoods, bioboeren, noem maar op. Niks niche, dus! Ik los dat nu op door me een tijdje op een tweetal goedlopende en trendy onderwerpen te focussen en daarop sponsoren, communicatiepartners en middelen (events, ebooks) bij elkaar te brengen. Dat zijn dan meteen blogactiviteiten waarmee ik, naast mijn werk als filmmaker, inkomsten kan verwerven.
  1. Maak videoJitske_melk2_Twitter
    Er zijn twee redenen om veel video in te zetten: voor Google is bewegend beeld op je blog een pre; het brengt je hoger op de Google-zoekpagina’s. Daarnaast is YouTube na Google de belangrijkste zoekmachine. Als je in de tekst bij je video altijd je url vermeldt bezorgt dat je naamsbekendheid en extra verkeer naar je blog. Mijn ervaring is dat sommige video’s goed scoren op YouTube (plastic soep, bijv.), maar dezelfde video’s met dezelfde trefwoorden scoren op mijn blog matig. En andersom doen twee video’s over superfoods het goed op de blog maar matig op YouTube. Verklaring? Geen idee. Aan het verschil in publiek ligt het niet, want op beide kanalen krijg ik de meeste views via zoekmachines.
  1. Haak in op trends
    Schrijf je blogs over onderwerpen die op dat moment veel aandacht hebben en haak in op nieuws. Ik heb in april en mei veel geblogd over moestuin-onderwerpen. Zelf je eigen eten verbouwen was al populair en de moestuintjes-actie van Albert Heijn begin dit jaar deed daar nog eens een schepje bovenop. Alle verpieterde plantjes ten spijt  – moestuinieren is moeilijk, weten de ingewijden..
  1. Wees actief op sociale mediaSocial_Medial_diversen
    Ook links naar actieve sociale-media-kanalen leveren veel goodwill en een goede ranking bij Google op. Maar nog belangrijker: ik vind ze essentieel om een band met mijn publiek op te bouwen. Je kunt ook mailadressen verzamelen en nieuwsbrieven versturen, maar ik geloof zelf dat korte berichten met veel beeld tegenwoordig meer aandacht krijgen. Weliswaar schieten de berichten op Twitter of Instagram voorbij en missen je volgers veel, maar daardoor kun je ook vaker oude blogs weer onder de aandacht brengen. Ik stuur zelf gemiddeld drie keer per dag een aantal tweets die verwijzen naar nieuwe en oude blogs. Die tweets leveren altijd weer nieuwe volgers op. En natuurlijk, de basisregel voor communicatie blijft: niet alleen zenden, maar ook reageren op anderen. Doe mee op fora, like, deel. Daarmee zijn we terug op tip nr. 1: alleen oprechte belangstelling werkt.

Benieuwd naar meer? Kom dinsdag 2 juni naar de workshop zakelijk bloggen 

Communicatiekronkel 4 – Van column naar blog

Op mijn opleiding (vrije studierichting Nederlands) stond tijdens de module creatief schrijven de column centraal. De eerste opdracht begreep ik verkeerd, maar het zou ook kunnen dat ik bij gebrek aan inspiratie er een eigen draai aan gaf. Mijn eerste column ging namelijk over het vinden van een goed pseudoniem. Achteraf bleek de opdracht toch iets anders te zijn: schrijf je eerste column over een onderwerp dat dicht bij jou staat. Ik kwam met iets anders. Ik analyseerde het belang van een goede ‘nickname’ en had een lijst gemaakt van de namen van mijn medestudenten. Voor ieder van hen kwam ik met een voorstel voor een schrijversnaam. Grappig genoeg leidde simpele trucs tot leuke, bruikbare namen. Medestudent Ria Sol zou schrijven onder het pseudoniem Los Air en Marlen van der Linde ging te boek als Nel Ram. Mijn eerste column eindigde met de definitieve keuze voor mijn pseudoniem: Meneer B. Tevree. Al die namen kwamen tot stand door het omdraaien of husselen van (gedeeltes van) namen. Uiteindelijk werd mijn eerste column als uiterst positief beoordeeld. Volgens mijn docent had ik in een scherpe column het fenomeen ragfijn gefileerd.

Als ik nu dezelfde opleiding zou volgen, dan zou zeker het blog of vlog (video blog) centraal staan. Ook hiermee heb ik ervaring. En wat ik hierin voornamelijk doe, is om tijdens de buitenlandse tournees van Introdans, een kijkje achter de schermen te geven. Vanuit een informatief oogpunt beschrijf ik vanuit diverse perspectieven het reilen en zeilen van zo’n tournee.  Wat komt erbij kijken, wat is essentieel, wat is de verhouding snoepreisje/zakenreisje, et cetera. Twee reizen, één langs vier steden in China en één langs drie steden in Indonesië/Maleisië werden gepubliceerd via de website van Introdans en doorgeplaatst in De Gelderlander en de website van Arnhem Direct. Ik deed niets meer (maar ook niet minder) dan per blog te schrijven vanuit diverse invalshoeken: de afdeling theatertechniek, de plaatselijke promotie, de (vaak barre) omstandigheden van een theater of het overdreven aantal mobiele telefoons tijdens een voorstelling. Als reactie kreeg ik terug dat lezers op een geanimeerde (lees: levendige) manier ins and outs te lezen kregen, en daardoor betrokken raakten bij ons leuke, drukke en inspirerende vak.

Op dit moment volg ik geen blog, maar soms lees ik nog wel eens een column. Mijn ijkpunt daarbij is altijd: word ik betrokken, word ik geraakt, krijg ik een ander inzicht? Want aan pure opvulling heb ik geen behoefte. Dat vind ik jammer van mijn tijd. Tot de volgende kronkel?

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: de workshop bloggen

Communicatiekronkel 3 – #jesuiscommunicatif

In een sneltreinvaart raast het nieuws langs ons voorbij. Ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op, gebeuren zelfs op het zelfde moment, het ene nieuws verdringt het andere. Wie publiceert eerder, welk feit is achterhaald, welke bron is gecheckt. ‘Oh nee, excuses, het is anders, we hernemen dit bericht, het zit namelijk zo.’ laat een woordvoerder van de Franse Justitie weten. Wat een regelrechte ‘hell-of-a-job’ als communicatiedeskundige om door de bomen het bos, oftewel om tussen de letters de waarheid te zien. En dan is het even stil: op donderdag 8 januari 2015 om 18.00 uur. Niet alleen in Amsterdam, Rotterdam en Haarlem. Ook in Arnhem. Normaliter demonstreer ik niet. Maar ik ga wel, want ik voel mij machteloos, ik wil iets doen, ik ben verdrietig en lamgeslagen en ik wil dat gevoel een plaats geven. Het schemert, het regent en het waait. Ik zie de sprekers niet, maar ik hoor ze wel. Ik zie weinig bekenden, maar dat maakt niet uit. Ik ben er om mijn gevoel ruimte te geven. En dat lukt aardig, want ik doe mijn ogen dicht en ik word rustig.

Als ik terug naar huis loop, bedenk ik me dat deze bijeenkomst inspirerender had kunnen zijn. Symbolischer. Kleurrijker. En – met respect voor de slachtoffers – illustrerender. Ik miste een gebaar. Ja, we waren een minuut stil. (In godsnaam, wat is nou een minuut!?) Ja, er waren mooie woorden. (Hoe diplomatiek om dan te refereren aan de Slag om Arnhem.) Maar alsjeblieft, geef dergelijke evenementen extra kracht. Als woorden te kort schieten, zet deze dan om in daden.

Aan het einde van het oude jaar had ik me voorgenomen om beeld(spraak) een grotere rol te geven. Om taal en woorden een extra dimensie te geven. En terug op de werkvloer ving ik er mee aan. Zoals een kok als credo heeft: altijd blijven proeven, zo blijf ik checken op detail: klopt het praatje bij het plaatje? Ik doe hierbij een oproep aan uw allen. Inspireer elkaar en communiceer kleurrijk.

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: het thema van de Algemene Ledenvergadering: inspiratie.

Communicatiekronkel 2 – Braintraining

De receptioniste van het bedrijf waar ik werk slaat eind 2010 alarm. Op basis van een beetje vaag telefoongesprek met mij, heeft ze haar conclusies getrokken en iedereen die bij haar balie langskomt mag het weten: ‘Evert heeft zojuist gebeld en hij wordt nu per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd, hij heeft een ongeluk gehad, het ziet er niet fraai uit.’ Een kilometer verderop lig ik half op een trottoir en half op een fietspad. Mijn benen liggen verstrengeld om het frame van mijn fiets. Een aantal omstanders zijn toegesneld en een van hen zegt: ‘Oh jee, zie je dat, er komt bloed uit zijn hoofd!’ Zelf maak ik me nog het meest druk om een afspraak op mijn werk, die ik nu niet kan nakomen. In een roes bel ik, liggend in een wat onhandige positie, het kantoor en zeg tegen de receptioniste dat ik wat later kom. Ergens ver weg hoor ik een ambulance naderen, en dan zak ik weg.

Als ik bij kom, lig ik in een ambulance en begin ik overenthousiast te praten met een blonde vrouw die me geruststellend aankijkt. ‘Wie bent u? Wat is uw naam?’ vraag ik. Ze antwoordt door dezelfde vragen aan mij te stellen. Oh ja, nu snap ik het: zij onderzoekt mij, zij heeft de leiding, niet ik. Maar ik wil nog wel weten hoe ze heet, want ze lijkt op mijn buurmeisje uit mijn jeugd en die is voor zover ik weet geen ambulanceverpleegster, laat staan dat ze in Arnhem en omstreken woont en werkt. Op de eerste hulp is iedereen behulpzaam en vriendelijk. Er volgt een gesprek, wat onderzoeken en nog een gesprek. De adrenaline lijkt gezakt, want langzaamaan ‘ondooit’ mijn lichaam en als ik wat meer ontspannen zit, voel ik hier en daar een lichte kneuzing en heb ik hoofdpijn. Totdat ik opsta. In een rechte lijn lopen? Nee dus. Het lukt mij niet om de deurpost te ontwijken en ik schuif er tegenaan. Dan naar buiten, naar de auto van de behulpzame buurvrouw die is toegesneld. Ik weet zeker dat haar auto die groene is, waarom kom ik dan uit bij die witte? Hmmm, balansproblemen dus. Hoe bijzonder is dat.

Eenmaal thuis gekomen en neergevlijd op de bank overzie ik mijn nieuwe situatie. Die is best prima. Wat schaafwonden en een paar broze plekken. Alleen die duizeligheid (“Echt een heel lichte hersenschudding, meneer Burggrave, u hoeft zich geen zorgen te maken.”) is wennen. Ik begin aan wat oefeningen. Welke week is het en welke afspraken heb ik. Wat heb ik gisteren gedaan? Waren de muren hier altijd zo scheef? En prompt krijg ik een dag later van manlief een vervroegd verjaardagscadeau: een spelcomputer. Geheugentraining, behendigheid spelletjes, puzzels en leeftijdsberekening worden mijn nieuwe beste vrienden. Meerdere keren per dag worstel ik mij trouw door het geadviseerde programma. Zo bereik ik ordening in mijn hoofd. Ik voel dat lichaam en geest elkaar weer omarmen. Dit nieuwe inzicht zorgt er voor dat ik mijn letterlijke balans terug vindt. Hoe simpel is dat: de val met mijn fiets (let op: zorg er voor dat de trapper aan de binnenbochtzijde hoog is, niet laag. Of houd afstand van de trottoirband.) heeft mijn hersenen letterlijk geherpositioneerd. En dankzij een reeks taichi lessen en de dagelijkse ‘braintraining’ land ik terug op aarde, in een rechte lijn.

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: het thema van de novemberbijeenkomst: Serious gaming.

Communicatiekronkel: Gelukkig nieuwjaar

‘Ik ben niet tevreden over Facebook’ moppert mijn moeder (74, sinds twee jaar actief). ‘Ik denk dat ik er maar mee stop.’ Tante Clara (haar zus, 90 jaar, sinds twee jaar actief) is ook niet tevreden. ‘We vinden het allebei een grote rotzooi. Mijn pagina die ziet er iedere keer anders uit. Het lijkt wel of alles verschuift. En ik heb geen idee wie dat doet. Heb jij dat ook? Dan zie ik ineens weer foto’s van mensen die ik zou moeten kennen. Nou, dat wil ik dus niet. Met die mensen wil ik helemaal niets te maken hebben! Al helemaal niet via Facebook. Die mensen die groeten mij niet als ik ze tegenkom, dus ze zoeken het maar uit. Wij willen alleen jouw berichten zien. En daar is ook iets raars mee aan de hand, want als jij een bericht stuurt, dan ziet zij het niet, en ik weer wel. Ook ben ik niet tevreden over mijn foto: die vind ik ronduit lelijk.’

En dan komt de zomervakantie en denk ik na over sociale media. Hoe het mijn leven beïnvloedt. Of niet. Over het automatisme om iets te ‘liken’. Over het ‘nou vooruit dan maar’-accepteren van vriendschapsverzoeken. En of ik daar dan na het verlof anders mee om zal gaan. Sowieso is de zomervakantie (leve de culturele sector: vijf weken!) voor mij van grote waarde als het gaat om evaluatie, reflectie en voornemens. De wintervakantie is daar veel te kort voor. En waarom zouden goede voornemens worden ingezet door een jaarwisseling? Ik ben fan van de zomervakantie en ik noem het mijn beste hobby. Na een vol en kleurrijk seizoen en met de-hakken-over-de-sloot-alle-deadlines-weggewerkt is er dan altijd weer – voor mij nu de 23ste keer – die zóóómervakantie. Niets moet, alles mag, maar vooral het hoofd leegmaken. Wat ging er goed, wat kan er anders en op welke manier dan. En is het tijd voor verandering? Kunnen processen strakker? Gooien we het eens over een andere boeg? Of niet. En indien ja, hoe pak ik dat dan aan? Maar vooral: uitzicht over zee. De geur van gras na een regenbui. Nog even genieten van die berg. Kijk daar wat een prachtige boom. Dat ene boek, eindelijk uit. Een tweede boek, nog mooier, ook uit.

Als dan langzaamaan de tijd verder glijdt en het besef komt dat de vakantie niet oneindig is: nog even lang ‘huis’. Bijpraten, de laatste wistjedatjes doornemen en langs de Westerschelde lopen. Ik maak een nieuwe foto en stel die in op haar profiel.

Weer terug in Arnhem ontvang ik een bericht: ‘Dank voor mijn nieuwe foto, hij is prachtig. Ik ben er blij mee. Tante Clara heeft er nog niet op gereageerd, misschien heeft ze ‘m nog niet gezien. Maar voorlopig blijf ik toch nog op Facebook.’

Intussen is werkweek 3 in volle vaart en is de opening van het nieuwe culturele seizoen in aantocht. Bij aanvang was mijn hoofd zo leeg, dat ik alle inlogcodes kwijt was. Dat wordt een gelukkig nieuwjaar!

Evert Burggrave is voorzitter van Communicatiekring Arnhem en is manager public relations en marketing bij Introdans. Met enige regelmaat laat hij zich inspireren door thema’s en activiteiten van CKA. Deze editie: het thema van de zomercolleges.